Lineair

Expo

Gepost in EXPO door fvc op oktober 26, 2010

In het voorbije jaar mochten wij mooie kunstwerken, foto’s en objecten  inlijsten.  Aan onze klanten daarvoor een oprecht woord van dank voor het vertrouwen. In  2012 gaan wij daarom verder met het ontwikkelen van nieuwe profielen en lijsten.

Volg ook onze website om op de hoogte te blijven van de toekomstige tentoonstellingen.  Omgeven door de kunst, hopen wij u in 2012 te mogen ontvangen om samen een wijndegustatie bij u thuis of in onze galerij te bespreken.

Van 24 december tot en met 2 januari zijn wij enkel telefonisch bereikbaar.

Radovan KRAGULY:

recent werk op papier (11-11-2011 – 11-12-2011)

In 1978 programmeerde de voormalige Westrand Galerij (nu het Praetcafé) in het Cultuurcentrum Westrand te Dilbeek een tentoonstelling van Radovan Kraguly. Deze kunstenaar werd in 1936 geboren in Prijedor (Pri-yee-dor) in Bosnië-Herzegovina en is sinds 1976 woonachtig in Parijs.

Te zien waren potloodtekeningen van dieren, zoals “Pig” uit 1975, “Cow Having a Rest” uit 1976, en “Prize Bull” en “Constructed Grazing Fields” uit 1977. Initieel had de kunstenaar de ingang van het cultuurcentrum volledig willen bedelven onder een berg stro, zodat men de sensoriële nabijheid zou ervaren van hooi en stro, maar de directie wees dit af uit praktische en financiële overwegingen.

 In de meticuleus uitgevoerde tekeningen was elke landschappelijke context verdwenen. Het dier was in de ruimte beperkt door één of andere menselijke ingreep (in een half-open laadkist geplaatst, staand op een weegschaal, liggend op een zwevend plateau). De beperking was vaak rechthoekig en driedimensionaal afgebeeld. In sommige werken verdween het dier en bleef enkel de laadkist over – door later eens rond te wandelen op de Dilbeekse jaarmarkt tekende hij de houten kisten van konijnenhandelaar Charles Baeck in “Rabbit Series BL 2” (1980).

Subtiel en onverbiddelijk werd de industrialisering in de veeteelt gesuggereerd alsook de vervreemding in de relatie tussen mens en dier. Het grauwzwarte, zachte grafiet, rijk aan nuance, was omgeven door een grote witte leegte. Dit liet de toeschouwer enerzijds de vrije interpretatie van tijd en ruimte, maar zoog de aandacht naar de plaatsing, naar de verpakking op industriële schaal en de esthetiek daarvan. Nochtans wist het dier in deze vreemde omgeving zijn waardigheid te behouden. Ogenschijnlijk ging het over de levenskwaliteit van konijnen en koeien, maar de kunstenaar raakte aan de condition humaine van de mens en stelde diens natuurlijkheid ter discussie.

Welke was de achtergrond van deze kunstenaar? Noch de grootstedelijke woonomgeving Parijs noch een voortgezette opleiding in de jaren zestir- b g aan de Londense Central School of Arts and Crafts alleen bieden afdoende verklaringen voor de consequente thematiek en uitvoering van dit artistieke oeuvre tot vandaag.

Radovan Kraguly is geboren op een boerderij in een klein en afgelegen dorp in Joegoslavië. Mensen hielden enkele dieren als zelfvoorziening en leefden met hen in innig verband volgens de wisseling van seizoenen en Slavische rituelen. Tijdens strenge winters brachten de dieren warmte en voedsel, in de lente werd nieuw leven groot. De relatie met het dier in een natuurlijke omgeving liet de kunstenaar nooit los. Geen wonder dat hij in zijn Londense periode een huisje kocht op het platteland in Wales, waar hij heel wat zomers zou doorbrengen en vooral veel werk zou produceren. Die warme verhouding zit in de manier waarop Radovan Kraguly de oppervlakten van werken behandelt, in de textuur na de behandeling van de diverse materialen en in de manier waarop hij het potlood hanteert of in het hout snijdt.

Kraguly’s werk is allesbehalve ruw. De thematiek koppelt hij aan een superieure technische uitvoering. Alles start in Belgrado waar hij wordt opgeleid aan de Academie voor Schone Kunsten. Zeker inzake grafische technieken verliep een opleiding achter het IJzeren Gordijn in landen zoals Tjechoslovakije, Polen en Joegoslavië erg grondig. Grafici waren in de jaren zestig uitstekend geschoold en leefden zich uit in de affiche of prent. In Belgrado heeft de kunstenaar zich de erg moeilijke en tijdrovende druktechnieken eigen gemaakt en deze gecombineerd. Zijn vroegste werk uit de jaren zestig, grafiek, is briljant uitgevoerd. Zo combineerde hij ets met aquatint en manière noire, al dan niet met kleur bewerkt. Wegens te tijdrovend en afgezien van de Japanners werd ‘manière noire’ (mezzo-tint) toen al niet veel meer in het Westen toegepast.

Vanaf de vroege jaren tachtig werd aan de potloodtekeningen kleur toegevoegd via het kleurpotlood of acryl. Van het groepje koeien dat nog samentroept in “Series Cows” blijft langzamerhand alleen een zekere abstractie over: een paar zwarte op witte vlekken. In de jaren tachtig en negentig ontstond een grote variatie aan werk rond deze ‘conceptuele vlekken’, vanaf de tentoonstelling “La vâche dans l’imaginaire” in het Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris in 1989. Radovan verlaat de tekening voor acryl op doek, maar ook voor kleine of grote assemblages, voor acryl op geperste houtplaat en voor gesneden vormen of getimmerde bakken in hout, beschilderd met acryl of lood.

Titels van werken verwijzen naar één of andere industriële bewerking, zoals “Affinage” (1992), een ronde houten sculptuur met primaire kleur bewerkt waar men nog een kaas in kan vermoeden. Soms gaat het om een ronduit poëtische verwijzing, zoals “La voie lactée” in verschillende variaties: nu eens een assemblage van met zwart op witte vlekken beschilderd doek binnen een houten raam (1990), dan eens het woord ‘melk’ zestien keer geschreven op crèmekleurig canvas, losjes gedrapeerd over een ronde schijf hout, wat nog vaag herinnert aan een stadium uit de melkverwerking (wrongel) (“Précité”, 1992).

Titels worden nog abstracter, zoals “Rotation”, “Polarisation” of “Implantation”. Na het gebruik van heldere kleuren (geel, groen en rood) evolueert het werk naar nog meer abstractie: diep zwart en donkere grafiet voeren de hoofdtonen; het wit wordt enkel toegevoegd als fijn accent. De uitgeklaarde abstractere voorstelling in prent en tekening die hier als recent werk worden getoond, is het resultaat van minstens tien jaar evolutie.

Een belangrijke schakel hierin waren Kraguly’s experimenten met architecturale maquettes onder de naam “Hathorhouse.” Hathor was in de Egyptische mythologie de eerste koe. De ontwerpen die hout met papier en zwart met wit combineerden, fungeerden als voorstudies om in de nasleep van enkele landbouwcrisissen op het Britse platteland een nationaal museum en studiecentrum voor de koe te vestigen. “Hathorhouse” bleef ontwerp, maar de maquettes werden sculpturen en beïnvloedden zijn werk op papier aanzienlijk.

Toch is het niet zo dat hoe abstracter het werk, hoe minder ruimtelijkheid, warmte en zintuiglijkheid overblijft. Zelfs in het meest diep-zwarte oppervlak vindt men al deze elementen terug. Kraguly combineert mezzotint met hoogdruk en vangt de driedimensionaliteit binnen het schilderij en de grafiet-tekening op. Ruimtelijkheid zit in de omtrekken van vlakken en in uitsparingen. De vorm van een latere rechthoek is niet toevallig; nog steeds wordt het grondplan van één of andere stal of schuur of kooi vastgehouden. Geen wonder dat de kunstenaar het vaak heeft over “Contenement” (zijn spelling), wat aan een gesloten ruimte doet denken.

Het werk blijft uiterst tactiel, via de bewerking van oppervlakten door het pigmenteren of door een extra ingreep zoals hoogdruk of diepdruk of via het contrast van de gekozen bewerking met de drager (handgeschept papier, hout). Uiteindelijk vervagen de categorieën en in de haast magnetische zwarte vlakken ontstaat een fusie tussen schilderkunst, sculptuur en grafiek.

In de jaren zeventig bezat Lineair al een belangrijke expertise op het vlak van de beeldende kunsten. Bij zijn eerste komst naar België heeft de onderneming Kraguly geadviseerd en deuren geopend. Er volgden afspraken met het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België en met curatoren zoals Flor Bex in Antwerpen, Willy Vandenbussche in Oostende en Gabriel Belgeonne in La Louvière. Voortaan beschikte de kunstenaar over een eigen netwerk van curatoren en verzamelaars.

De weg tussen Parijs en Wales loopt heel vaak doorheen dit land. De tentoonstelling in Westrand leidde tot andere, zoals “Radovan D. Kraguly” in 1980 in het ICC van Flor Bex te Antwerpen, door critici uitgeroepen tot de beste tentoonstelling van het jaar, en tot een grote tentoonstelling in het PMMK (Mu.ZEE) in Oostende in 1991. Zijn werk werd verkocht door Emiel Veranneman. Tekeningen van hem bevinden zich in publieke verzamelingen wereldwijd, van Belgrado over Londen tot New York, van Washington tot Parijs en van Brussel tot Sydney.

Reageren uitgeschakeld

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.